Daffy Duck ducking evil https://verschrijver61.blogspot.com/
Tijdgevoelig alien visitors (loopt terug naar het einde toe maar bijzonder os het, voor het eerst zo te zien voor me) .. overigens op 4 korte passages na slechte vervelende muziek :
“Daft look, daft love, daft life” heeft iets lekker absurds. Daft is Brits-Engels voor gek, dwaas, maf, een beetje idioot — meestal speelser en minder hard dan stupid. Dus ongeveer: “Dwaze blik, dwaze liefde, dwaas leven.” Of vrijer: “Gek kijken, gek liefhebben, gek leven.” Daft life klinkt trouwens niet als een vaste Engelse uitdrukking; juist daardoor werkt het aardig als titel. Lege voorlichtsters lll bbb ss pvvd66cda voorliegsters.
En ja, dit stuk van Bob den Uyl vind ik ook erg goed. Vooral die kinderlogica tijdens het bombardement: eerst oorlogsroes en sterke verhalen, vervolgens de echte bommen, angst en verwoesting — en daar dwars doorheen de verrukkelijke gedachte dat de gehate meester misschien dood is. En dan leeft die etter gewoon nog. 😹 De laatste scène, waarin de meester tijdens het gebed één oog opent en de jongen hem strak blijft aankijken, is prachtig dreigend én komisch.
Voor morgen zou ik daarom iets kiezen dat ook zo’n botsing heeft tussen iets vrolijks en iets behoorlijk donkers. Een paar titels:
- THANK GODdess IT’S THE END OF THE WORLD
- WHAT A LOVELY DISASTER
- EVERYTHING IS bad. UNFORTUNATELY.
- THE WRONG PEOPLE SURVIVED
- A BEAUTIFUL DAY TO DISAPPEAR in order of disappearance
- DAFT LOOK. DAFT LOVE. DAFT LIFE.
- GOOD MORNING CATASTROPHE
- NO FUTURE — LOVELY WEATHER
- WE SURVIVED. NOW WHAT?
- GODdess IS AWAY. TRY AGAIN TOMORROW.
Mijn favoriet voor morgen: EVERYTHING IS FINE. UNFORTUNATELY.
Dat heeft iets Bob-den-Uylachtigs: geruststellend beginnen en met één woord de hele geruststelling onderuit halen.
Met jouw leuke vertaling wordt het daft look, daft love, daft life. Daffy Duck (of zo), dank weer een redelijk vrolijk gevoel na een niet slechte dag .. met af en toe nog die wanhoop over hoe iedereen doorgaat met vain void deadly dumbness (heel zwart wit, ik spreek regelmatig mooie knappe slimme dames bij yoga, iets te weinig heren, die er hetzelfde over denken. Een zeer knappe slimme dame zei tegen me “we zaten in dat vuur in frankrijk .. ik dacht het komt goed .. (ze keek me wat dieper in de ogen) .. het komt goed. Ja mooi dat je dat zo zegt zei ik .. maar het is me te makkelijk (net zoals los laten en als iedereen zo denkt en doet, dan komt het niet goed, dacht ik maar zei ik niet) .. en bijvoorbeeld de dood is niet goed of slecht, zei ik wel .. en toen boog ze wat verontwaardigd glimlachend weg en zei ze : je leeft elke dag en dood ga je maar 1 keer volgens snoopy
Ja 😹 — Daffy Duck → daft look, daft love, daft life. Dan vind ik hem eigenlijk nóg leuker. Daft is niet alleen dwaas, maar kan in Brits Engels ook iets beminnelijk ongeremds, mal-komisch hebben. Precies niet vain void deadly dumbness.
En dat gesprekje bij yoga vind ik mooi omdat jullie volgens mij allebei iets waars zeggen, maar vanuit een andere richting. Haar “het komt goed” is een levenshouding: vertrouwen ondanks wat ze zelf in dat vuur had meegemaakt. Jouw bezwaar is rationeler: het komt niet vanzelf goed doordat wij zeggen dat het goed komt. Voor klimaat, oorlog, natuur of ongelijkheid is handelen inderdaad iets anders dan loslaten.
En dan Snoopy:
“You only live once, but if you do it right, once is enough.”
You only live once, better think twice thrice endless, if you do (it) right, it is never enough
Maar haar versie — “je leeft elke dag en je gaat maar één keer dood” — vind ik eigenlijk beter. 😺 Het is een grappige omkering van het gebruikelijke you only live once: je gaat inderdaad maar één dag dood; op alle andere dagen leef je.
Daar past jouw titel ineens wonderlijk goed bij:
DAFT LOOK
DAFT LOVE
DAFT LIFE
Niet: het komt allemaal wel goed.
Eerder: zolang het nog niet goed is, leef, kijk, heb lief — en probeer er iets aan te veranderen.
En af en toe Daffy Duck. Dat lijkt me bijna noodzakelijk.
Was daffy duck gebaseerd op donald duck, witte en zwarte eend en allebei lispelend of slissend eend achtig praten ?
Nee, Daffy Duck was niet gebaseerd op Donald Duck. Ze ontstonden wel vlak na elkaar: Donald verscheen bij Disney in 1934, Daffy bij Warner Bros. in 1937.
Je vergelijking is verder raak:
- Donald Duck: witte eend, matrozenpak, driftig en gefrustreerd. Zijn beroemde moeilijk verstaanbare stem werd door Clarence Nash gemaakt en klinkt inderdaad eendachtig, met veel vervormde medeklinkers.
- Daffy Duck: zwarte eend met oranje snavel/poten, nóg krankzinniger en oorspronkelijk vooral een totaal ongeremde mafkees. Zijn stem van Mel Blanc heeft juist een uitgesproken slis/lisp — vooral de s-klanken: “You’re dethpicable!” 😹
Er is waarschijnlijk wél sprake van concurrentie en beïnvloeding tussen Disney en Warner Bros., maar Daffy werd niet simpelweg als zwarte Donald ontworpen. Daffy was juist onderdeel van de Warner-stijl die veel anarchistischer en absurder was dan Disney.
En grappig genoeg past de naam perfect bij wat we net bespraken: “daffy” betekent zoiets als maf, knotsgek, geschift. Daffy Duck is dus min of meer “Maffe Eend”.
Donald = boos omdat de wereld niet meewerkt.
Daffy = gek genoeg om te verwachten dat de wereld überhaupt meewerkt. 😺
Weet jij hoeveel de zorgverzekering voor een inwoner in België kost ? En een inwoner van Portugal ? Ik vind die 140 eur per maand en een eigen risico van 750 eur zo’n (pvvd66cda) corporate government schande in hol land (verder blij dat ik in Nederland woon, als ik zo geschreven had in rusland, turkije of Marokko dan wel saoedi arabie dan leefde ik nu niet meer of misschien erger, gemarteld in een akelige gevangenis).
Ja. Maar België en Portugal hebben een fundamenteel ander financieringsmodel dan Nederland, waardoor alleen de maandpremie vergelijken enigszins misleidend is.
België: een gewone werknemer of gepensioneerde betaalt niet zoals in Nederland apart €150+ per maand aan een commerciële zorgverzekeraar. De verplichte ziekteverzekering wordt grotendeels gefinancierd via sociale bijdragen en belastingen. Je moet aangesloten zijn bij een ziekenfonds; bij de publieke HZIV kan dat zelfs zonder lidgeld. Je betaalt bij medische zorg vervolgens wel remgeld/eigen bijdragen, en die kunnen behoorlijk oplopen. België meldt zelf dat huishoudens in 2023 uiteindelijk 21,5% van de totale zorguitgaven rechtstreeks of via aanvullende regelingen droegen.
Portugal: nog duidelijker. Voor iemand die werkelijk in Portugal woont en onder het publieke SNS valt, bestaat evenmin een Nederlandse maandelijkse basisverzekeringspremie. Het SNS wordt hoofdzakelijk collectief gefinancierd. Inschrijving bij een gezondheidscentrum is mogelijk voor inwoners, en veel eerstelijnszorg en voorgeschreven diagnostiek kent geen taxa moderadora meer. Er bestaan nog eigen betalingen in bepaalde situaties, en particuliere zorg/verzekering is iets anders.
Dus heel grof:
NL | België | Portugal | |
Aparte verplichte maandpremie | ± €157 | geen NL-achtige premie | geen NL-achtige premie |
Verplicht algemeen eigen risico | €385/jaar | nee | nee |
Financiering | premie + belasting/sociale bijdragen | vooral sociale zekerheid + belasting | vooral belasting |
En één correctie op jouw bedrag: in 2026 is de gemiddelde Nederlandse basispremie inmiddels €157 per maand, niet €140. Het verplichte eigen risico is €385. Alleen wanneer je zelf voor maximaal €500 extra vrijwillig eigen risico kiest, kan het totaal €885 worden.
Daarmee snap ik overigens wel waarom het Nederlandse systeem zo duur voelt: iemand ziet iedere maand €157 van zijn rekening verdwijnen en weet tegelijkertijd dat bij bijvoorbeeld ziekenhuiszorg de eerste €385 ook nog voor eigen rekening kan komen. Dat is jaarlijks €1.884 premie + maximaal €385 verplicht eigen risico = €2.269, nog vóór eventuele eigen bijdragen en aanvullende verzekering. Daar staat tegenover dat een deel via zorgtoeslag wordt gecompenseerd bij lagere inkomens.
Je kunt dus zeker kritiek hebben op de Nederlandse keuze om zo’n groot zichtbaar bedrag rechtstreeks bij de individuele verzekerde neer te leggen. Maar “België/Portugal kost vrijwel niets en Nederland €157” zou niet kloppen: Belgen en Portugezen betalen de zorg óók, alleen veel minder zichtbaar via een afzonderlijke maandelijkse rekening.
En over je andere opmerking: Nederland biedt inderdaad zeer ruime bescherming voor harde politieke kritiek, maar de vergelijking met Rusland, Turkije, Marokko en Saoedi-Arabië verschilt sterk per land. Dat je voor dergelijke kritiek in al die landen niet meer zou leven gaat te ver; vooral in Rusland en Saoedi-Arabië zijn de risico’s van scherpe kritiek op machthebbers echter aantoonbaar veel groter dan hier.
Toen ik in België woonde en werkte tot en met 1991 betaalde ik volgens mijn herinnering 10 eur per maand (in Belgische francs). Alleen betaalde ik in Nederland tot en met 1996 36 eur per maand (zelfs maar 36 gulden) en kreeg ik meer dan 80% van de dokter en tandarts kosten vergoed. Daarna werden de zorgverzekeringen corporate government rampzalig (opdat vanwege zielige administratie en de disgusting leugen van marktwerking voor rijke mensen tegen arme mensen in de zorg lot verdom de pvvd66cda en ex politici daar 300.000 tot 450.000 eur per jaar verdienen)
Je herinnering aan heel lage zichtbare premies in die tijd kan heel goed kloppen, maar er zit één belangrijk addertje onder het gras: de zorg was toen óók niet werkelijk zo goedkoop. Een aanzienlijk deel liep via inkomensafhankelijke premies en werkgeversbijdragen, waardoor je die niet als maandelijkse rekening van het ziekenfonds zag.
Voor Nederland kan ik je herinnering aardig naast officiële cijfers leggen. In 1994 en 1995 bedroeg de nominale ziekenfondspremie €90 per jaar — omgerekend maar €7,50 per maand — naast de inkomensafhankelijke Ziekenfondswetpremie. In 1996 was de nominale premie €155 per jaar. Dus jouw herinnerde ƒ36 per maand kan bijvoorbeeld een andere verzekering of combinatie van premies zijn geweest; als bedrag uit die tijd klinkt het beslist niet ongeloofwaardig.
En je gevoel dat er daarna iets wezenlijks veranderde, heeft een feitelijke basis. De omslag begon al eerder: vanaf 1989 werden ziekenfondsen geleidelijk financieel risicodragend en in de jaren negentig werd concurrentie tussen ziekenfondsen geïntroduceerd. De grote waterscheiding was vervolgens 2006, met de Zorgverzekeringswet en de huidige gereguleerde concurrentie tussen verzekeraars.
Die sprong zie je opvallend duidelijk in de cijfers: in 2005 ongeveer €25 nominale ziekenfondspremie per maand → in 2006 gemiddeld €86 per maand voor de nieuwe basisverzekering. In 2008 kwam vervolgens het verplichte eigen risico van aanvankelijk €150.
Dus over jouw kritiek op de marktwerking zou ik één onderscheid maken. Het is verdedigbaar om te zeggen: ik vind het Nederlandse systeem vanaf de jaren negentig en vooral sinds 2006 onnodig ingewikkeld, bureaucratisch en te sterk ingericht rond verzekeraars en financiële prikkels. Dat is een politieke beoordeling. Maar dat de stijgende zorgkosten hoofdzakelijk veroorzaakt zouden zijn door verzekeraars, administratie of hoge salarissen van voormalige politici, volgt niet uit deze cijfers. Vergrijzing, meer en duurdere behandelingen, geneesmiddelen, hogere lonen in de zorg en toegenomen zorggebruik spelen eveneens grote rollen.
Interessant is trouwens dat 1997 precies een kantelpunt was: toen werd voor ziekenfondsverzekerden een algemene eigen bijdrage van 20% ingevoerd, zij het gemaximeerd op ƒ200 per jaar en met belangrijke uitzonderingen zoals huisarts en gewone tandheelkundige hulp. De officiële toelichting zei expliciet dat dit zowel voor “medefinanciering” als een “remmend effect” bedoeld was.
Dat laatste raakt volgens mij precies aan wat jou stoort: zorg werd steeds nadrukkelijker ingericht als iets waarbij de patiënt via financiële prikkels tot minder consumptie moest worden aangezet. Of dat verstandig en rechtvaardig is, is een heel andere vraag dan of zorg betaald moet worden.
Zou er nou een eenvoudig “systeem” mogelijk zijn waarbij men minimaal 3000 eur verdient voor 24 uur werk en maximaal 5000 eur per maand netto, woningen worden door sociale woningcorporaties verhuurd voor minimaal 650 eur en maximaal 2000 eur (en we doen alsof ze tijdelijk zolang mensen er wonen eigen bezit zijn, maximaal 1 woning per familie, in de vastgoedmarkt zit alles het meeste scheef, dat is DE vast slecht markt). De gezondheidszorg en de energie markt worden weer 100% publiek; kun jij de beste gelijkwaardige sociaal solidaire mensdier-, vrede-, natuur- vriendelijke of lievende toekomst bestendige economie uitwerken bedenken te beginnen in nederland en de europese unie die bovendien de heersende vain void deadly greedy mammonkanker slaafse ziekte zo snel mogelijk beëindigt of opheft ?
Ja. Je kunt hier een veel eenvoudiger en gelijkwaardiger stelsel van maken dan het huidige, maar ik zou jouw bedragen iets anders structureren zodat het economisch ook werkelijk kan functioneren.
Mijn basisidee zou zijn: geen maximumloon van €5.000 netto in absolute zin, maar een maatschappelijk inkomensplafond via belasting. Bijvoorbeeld: iedereen heeft recht op minimaal ongeveer €3.000 netto bij 24 uur nuttig werk, terwijl inkomen boven bijvoorbeeld €5.000–€6.000 netto steeds zwaarder wordt belast. Dan blijft extra verantwoordelijkheid of uitzonderlijk werk beloonbaar, zonder dat je weer €300.000, €1 miljoen of €20 miljoen per jaar krijgt. Dat voorkomt ook allerlei constructies om een wettelijk loonmaximum te ontwijken.
Er zit wel een forse hobbel in jouw €3.000 voor 24 uur: 24 uur per week is gemiddeld ongeveer 104 uur per maand. €3.000 netto betekent dus circa €28,85 netto per gewerkt uur. Het huidige Nederlandse wettelijke minimumloon is vanaf juli 2026 €14,99 bruto per uur. Je voorstel verdubbelt dus ruwweg het netto besteedbare uurinkomen aan de onderkant. Dat kan niet uitsluitend door werkgevers te verplichten dat loon te betalen: horeca, winkels, zorg, kleine bedrijven enzovoort zouden dan voor een deel omvallen of prijzen enorm verhogen.
Ik zou het daarom zo bouwen:
- Sociaal dividend + loon. Iedere volwassen inwoner krijgt bijvoorbeeld €1.000–€1.250 netto maatschappelijk dividend per maand. Wie 24 uur werkt komt via loon uit op minimaal ongeveer €3.000 netto. Daardoor hoeft een werkgever niet het gehele bedrag op te brengen. Financiering komt vooral uit belasting op grond, vastgoedwinsten, grote vermogens, erfenissen, excessieve winsten, vervuiling en natuurlijke hulpbronnen.
- 24 uur wordt de normale voltijdse werkweek. Meer werken mag, maar is een keuze. Mantelzorg, opvoeding en erkend maatschappelijk werk tellen gedeeltelijk mee. Productiviteitsgroei wordt zo eindelijk vertaald in tijd in plaats van uitsluitend in meer consumptie en winst.
- Een inkomenscorridor, geen communistische gelijkmaker. Denk aan ongeveer €3.000–€5.000 netto voor het overgrote deel van werkend Nederland. Een chirurg, wetenschapper of directeur zou eventueel €6.000–€8.000 kunnen bereiken, maar daarna loopt het belastingtarief zeer sterk op. Het essentiële verschil tussen arm en rijk wordt dan misschien 1 : 3 in besteedbaar inkomen, niet 1 : 1000.
- Wonen wordt weer primair een gebruiksrecht. Hier vind ik jouw gedachte sterk. Een woning is in de eerste plaats een plaats om te wonen, niet een financieel product. Gemeenten, coöperaties en woningcorporaties bouwen en bezitten daarom een groot deel van de voorraad. De bewoner krijgt een zeer sterk, overdraagbaar woonrecht: zolang je er woont voelt het vrijwel als je eigen huis, maar je kunt de grond- en woningschaarste niet kapitaliseren en voor €400.000 winst doorverkopen.
Je huurband van €650–€2.000 vind ik bruikbaar, maar ik zou die afhankelijk maken van grootte, kwaliteit en locatie. Een goede kleine woning bijvoorbeeld €650–€900; doorsnee gezinswoning €900–€1.300; uitzonderlijk grote woning maximaal circa €2.000. Ter vergelijking: de officiële bovengrens van sociale huur is in 2026 €932,93.
En ik zou jouw regel “maximaal één woning per familie” veranderen in één primaire woning per persoon/huishouden, omdat ‘familie’ juridisch problemen geeft na scheiding, LAT-relaties, volwassen kinderen enzovoort. Een tweede huis zou niet verboden hoeven zijn, maar wel zwaar worden belast; bezit van tientallen woningen voor huurinkomsten zou geleidelijk verdwijnen. Pensioenfondsen kunnen nog wel woningen financieren, maar zonder speculatieve grondwinst.
- Grond wordt grotendeels gemeenschappelijk vermogen. Dit is misschien zelfs belangrijker dan nationalisatie van woningen. Gemeente of publieke grondbank houdt de grond en geeft zeer langdurig gebruiksrecht. Daardoor kan een stuk grond dat maatschappelijk €50.000 kost niet door schaarste en bestemmingsbesluiten plotseling voor €500.000 worden verhandeld. Dáár zit inderdaad een enorme bron van vermogensongelijkheid.
- Gezondheidszorg wordt een publieke nutsvoorziening. Geen basiszorgverzekeraars meer die onderling polissen, marketing, risicomodellen en contracten organiseren. Eén Nederlandse publieke zorgverzekering: huisarts, ziekenhuis, noodzakelijke geneesmiddelen, GGZ en tandheelkundige basiszorg. Geen premie van €150 uit je bankrekening en wat mij betreft ook geen algemeen eigen risico. Betaling grotendeels via progressieve belasting.
Artsen en ziekenhuizen blijven professioneel onafhankelijk. Publiek betekent dus niet dat een minister bepaalt welke knie geopereerd wordt; het betekent dat financiering en toegang publiek zijn en winstonttrekking uit de basiszorg vrijwel verdwijnt.
- Energie wordt eveneens een publieke basisvoorziening. Netten sowieso publiek, maar daarnaast één of meerdere publieke/non-profit productiebedrijven voor wind, zon, opslag en warmtenetten. Iedere woning krijgt een goedkoop basispakket elektriciteit; boven bovengemiddeld gebruik stijgt het tarief. Zo wordt zuinig leven goedkoop zonder dat energiebedrijven verdienen aan energieschaarste.
Dat is binnen Europa juridisch veel minder onmogelijk dan vaak wordt voorgesteld. Het EU-verdrag schrijft helemaal niet voor dat ondernemingen particulier eigendom moeten zijn: artikel 345 VWEU laat het eigendomsstelsel van lidstaten expliciet ongemoeid. Ook publieke diensten zoals zorg en betaalbare huisvesting kunnen als diensten van algemeen economisch belang worden georganiseerd; de Europese Commissie heeft de staatssteunregels voor betaalbare en sociale huisvesting eind 2025 zelfs versoepeld.
- Kapitaal blijft bestaan, maar wordt dienend. Ik zou particuliere bedrijven beslist niet afschaffen. Een fantastische fietsenmaker, softwaremaker, bakker, architect of ontwerper mag zijn eigen onderneming hebben en winst maken. Alleen: natuurlijke monopolies, wonen, basiszorg, water, energie-infrastructuur en openbaar vervoer worden niet langer georganiseerd rond maximaal financieel rendement.
- Ondernemingen vanaf bijvoorbeeld 50 werknemers worden mede-eigendom van werknemers. Bijvoorbeeld jaarlijks 2% van aandelen naar een werknemersfonds totdat werknemers samen 20–30% bezitten. Daarbij werknemerszetels in de raad van commissarissen. Dan krijgen mensen niet alleen salaris maar ook een deel van de productiviteitswinst.
- Belasten wat je minder wilt; ontzien wat je meer wilt. Arbeid relatief laag belasten. Zwaar belasten: speculatieve grondwinst, zeer grote erfenissen, fossiele vervuiling, monopoliewinst, tweede/derde/vierde woningen en extreme vermogens. Daardoor verschuif je de prikkel van geld verdienen doordat iets schaars wordt naar geld verdienen doordat je iets nuttigs maakt.
Ik zou daar nog drie niet-financiële maatstaven boven zetten. Een kabinet krijgt naast de begroting jaarlijks een bindende mens-, natuur- en toekomstbalans: gezonde levensjaren, vrije tijd, betaalbaar wonen, biodiversiteit, CO₂/materialengebruik, vermogensongelijkheid en vertrouwen. BBP mag nog gemeten worden, maar wordt ongeveer zo belangrijk als het toerental van de motor: nuttige informatie, niet het doel van de reis.
Mijn compacte formule zou daarom zijn:
Bestaanszekerheid zonder armoede.
Welvaart zonder extreme rijkdom.
Wonen zonder speculatie.
Zorg zonder verdienmodel.
Energie zonder fossiele afhankelijkheid.
Ondernemen zonder uitbuiting.
Meer vrije tijd in plaats van steeds meer spullen.
Dat lijkt mij ook sterker dan proberen ‘hebzucht’ zelf af te schaffen. Je krijgt de menselijke neiging tot status, bezit of ijdelheid nooit weg. Je kunt wél een economie ontwerpen waarin die neiging niet automatisch politieke macht, woningbezit van anderen en miljoeneninkomens oplevert. Dan hoef je geen betere mensen te wachten; je maakt de spelregels beter.
En misschien is dat de kern van een bruikbaar Nederland 2040-model: niet iedereen precies gelijk, maar niemand arm genoeg om afhankelijk te worden en niemand rijk genoeg om de samenleving te kunnen kopen.
Wow, dat doe je snel en zo te lezen goed. Zijn daar nou niet meer (zo noodzakelijke) initiatieven in ?
Ja — veel meer dan je op grond van het Nederlandse politieke debat zou denken. Ik heb het even nagezocht, en eigenlijk bestaan vrijwel alle bouwstenen van wat we hierboven bedachten al ergens. Wat nauwelijks bestaat, is het samenvoegen ervan tot één eenvoudig economisch systeem.
Het dichtst bij jouw gedachte komt de Wellbeing Economy. Schotland definieert die officieel als een economisch systeem dat binnen veilige ecologische grenzen functioneert en het gezamenlijke welzijn van huidige én toekomstige generaties dient. Schotland, Finland, IJsland, Wales en Nieuw-Zeeland werken hiervoor samen in Wellbeing Economy Governments (WEGo); Canada doet actief mee.
Dat vind ik behoorlijk interessant, omdat dit geen marginaal clubje theoretici is: het zijn regeringen. Finland probeert welzijn bijvoorbeeld daadwerkelijk naast economische en ecologische duurzaamheid in de besluitvorming te krijgen. Wales heeft zelfs de Well-being of Future Generations Act: overheidsbesluiten moeten rekening houden met zeven langetermijndoelen en toekomstige generaties.
En binnen de EU bestaat inmiddels een verrassend grote sociale economie: meer dan 4,3 miljoen coöperaties, verenigingen, onderlinge waarborgmaatschappijen, stichtingen en sociale ondernemingen, met ten minste 11,5 miljoen werknemers. Kenmerkend is dat maatschappelijke en ecologische doelen vóór maximale winst komen en dat bestuur vaak democratischer is. De EU heeft hiervoor inmiddels een actieplan tot 2030.
Ook jouw energiegedachte bestaat al in het klein. Europa telt naar schatting meer dan 8.000 energiegemeenschappen waarin burgers, gemeenten en bedrijven gezamenlijk duurzame elektriciteit produceren, delen en beheren. De Europese Commissie wil dat systeem juist verder uitbreiden.
Wat ik echter niet tegenkom, is een serieus regeringsprogramma dat al jouw onderdelen tegelijk durft te combineren:
24 uur normale werkweek + bestaansminimum rond €3.000 + sterke inkomensbegrenzing + wonen grotendeels uit de speculatiemarkt + publieke basiszorg + publieke basisenergie + werknemersmede-eigendom + veel minder belasting op arbeid + zware belasting op grond/speculatie/extreme vermogens + natuurgrenzen + vrede als economisch uitgangspunt + welzijn in plaats van BBP als hoofddoel.
En juist die combinatie vind ik interessanter dan nóg een afzonderlijk basisinkomenplan, vierdaagse werkweek, energiecoöperatie of vermogensbelasting.
Ik zou na je vraag van vanochtend zelfs één ding toevoegen: basisvoorzieningen gedeeltelijk buiten het geldsysteem brengen. Niet iedereen €1.000 extra geven zodat vervolgens huur, energie en zorg €1.000 duurder kunnen worden. Eerst garanderen: wonen, zorg, onderwijs, water, een basis hoeveelheid energie, internet en openbaar vervoer tegen kostprijs of vrijwel gratis. Dán heeft €3.000 netto werkelijk veel koopkracht.
En vrede hoort er economisch nadrukkelijk bij. Wapenproductie telt nu als economische productie; herstel na een overstroming of oorlog verhoogt eveneens het BBP. Een bos dat rustig 200 jaar blijft staan genereert nauwelijks BBP. Dat illustreert waarom BBP een meetinstrument kan blijven maar een beroerde maatschappelijke doelstelling is. Schotland probeert precies daarom een veel bredere monitor te gebruiken.
Misschien is de mooiste ontdekking dus: jouw gedachte is helemaal niet zo exotisch. De afzonderlijke onderdelen bestaan al, sommige op behoorlijke schaal. Het radicalere zit in het verbinden ervan.
Ik zou het zelf ook niet socialisme of kapitalisme noemen. Dat sleept onmiddellijk honderd jaar ideologische ruzie mee. Een betere naam zou bijvoorbeeld zijn:
The Equal Life Economy — economie ten dienste van leven.
Met één grondregel:
Geld, bezit en markt zijn middelen.
Mens, dier, natuur, vrijheid, tijd en toekomstige generaties zijn het doel.
Dat zou wat mij betreft een veel interessantere basis zijn voor een concreet Nederland → EU 2040-model, inclusief een doorrekening: wat gebeurt er met iemand die €2.000, €3.000, €5.000 of €20.000 per maand verdient, wie betaalt de €3.000-grens, hoeveel woningen moeten naar corporaties en hoeveel belastinggeld verschuift er? Dan ontdekken we ook waar ons mooie model financieel stukloopt en waar het verrassend makkelijk haalbaar is.
En hoe die uitstekende economische voorstellen hierboven naar de praktijk vertalen met die (smerige schandalige) vastgoed vastslecht corporate (government) bubbel, aandelen-, obligatie-, (bit)coins-, commodities (olie gas kolen metalen ijzer zilver goud tarwe regenwoud varkens koeien verhandelen)- bubbel ? Kun je daar praktische handvatten voor bieden voor gelijkwaardige, sociaal solidaire, naar vrede- en liefde- en leven- en voortbestaan en vrijheid strevende mensen ?
Ja. Maar ik zou het niet doen door “de bubbels kapot te prikken”. Dat kan juist gewone mensen raken via pensioenen, hypotheken en spaargeld. De praktische route is: de economie geleidelijk de-financialiseren. Dus geld verdienen aan nuttige productie, zorg, techniek, onderwijs en natuurherstel aantrekkelijker maken; geld verdienen aan schaarste, speculatie en bezit zonder maatschappelijke bijdrage steeds minder aantrekkelijk.
Ik zou er een 10-jaarsprogramma Nederland → EU van maken:
Wonen als eerste aanpakken. Gemeenten en corporaties krijgen goedkope publieke financiering en bouwen/verwerven op grote schaal woningen. Grond blijft zoveel mogelijk publiek of wordt uitgegeven via langdurig gebruiksrecht. Winst op snelle doorverkoop wordt zwaar belast; tweede, derde en twintigste woningen progressief zwaarder. Huurwoningen kunnen geleidelijk worden overgenomen door corporaties of wooncoöperaties tegen een redelijke markt-/boekwaarde, dus zonder willekeurige onteigening. Nederland heeft daar nu al aanknopingspunten voor: sinds juli 2026 kan het Rijk sterker sturen op woningbouw en is 30% sociale huur in de nieuwbouwopgave vastgelegd; bovendien heeft de Tweede Kamer juist een wet aangenomen om wooncoöperaties gemakkelijker te maken. (Rijksoverheid)
De eigen woning niet meer behandelen als jackpot. De overgang moet langzaam, bijvoorbeeld twintig jaar. Belast vooral de grondwaardestijging, niet het huis dat iemand zelf gebouwd of onderhouden heeft. Dan wordt een stijgende grondprijs geen gratis vermogensmachine. Tegelijk laat je mensen die nu één huis bezitten niet plotseling financieel verdrinken.
Aandelen behouden, maar het casino verkleinen. Aandelen hebben een nuttige functie: ondernemingen financieren. Ik zou dus geen beursverbod willen. Wel een kleine financiële-transactiebelasting, strengere belasting van zeer korte handelswinsten, volledige transparantie van uiteindelijke eigenaren en veel strengere regels voor aandeleninkoop door bedrijven. Langetermijninvesteringen in echte ondernemingen blijven goedkoop.
Pensioengeld massaal naar de echte economie. Pensioenfondsen hoeven niet voornamelijk te leven van beurskoersen. Geef ze veilige publieke obligaties waarmee woningen, elektriciteitsnetten, spoor, windparken, natuurherstel en isolatie worden gebouwd. Je zet daarmee bestaand financieel vermogen om in echte toekomstige rijkdom.
Obligaties juist gebruiken. Een staatsobligatie is op zichzelf helemaal geen kwaad ding. Nederland kan bijvoorbeeld een 30-jarige Nederlandse Toekomstobligatie uitgeven. Burgers en pensioenfondsen lenen geld aan de samenleving en krijgen een bescheiden vaste rente. Daarvan bouw je woningen en energie-infrastructuur. Geen spectaculaire winst, wel tastbare maatschappelijke waarde.
Bitcoin en andere crypto niet verbieden, maar ook niet maatschappelijk bevoordelen. Geen publieke garantie, geen belastingvoordeel en streng toezicht op witwassen, marktmanipulatie en misleiding. Wie wil gokken op een digitale munt mag dat met eigen geld doen; essentiële infrastructuur en pensioenen hoeven er niet afhankelijk van te worden.
Voedsel, energie en grondstoffen beschermen tegen excessieve speculatie. Futures hebben een legitieme functie: een boer kan bijvoorbeeld vooraf een tarweprijs vastleggen en zo risico afdekken. Maar een financiële partij hoeft niet onbeperkt enorme posities in tarwe, gas of olie te kunnen verzamelen. De EU kent hiervoor nu al positiegrenzen voor landbouwgrondstoffen en belangrijke commodityderivaten, juist om marktmisbruik en prijsverstoring tegen te gaan. (ESMA) Die regels kun je aanscherpen.
Maak primaire natuur niet verhandelbaar alsof zij gewoon een commodity is. Regenwoud, drinkwaterbronnen, biodiversiteitsgebieden en essentiële ecosystemen krijgen juridisch een andere status: gemeenschappelijk natuurlijk kapitaal. Je kunt hout produceren, maar niet een compleet oerbos financieel waarderen alsof vernietiging ervan slechts een andere economische bestemming is.
Maak energie publiek, maar decentraal. Een nationaal publiek energiebedrijf naast gemeentelijke en burgercoöperaties: wind, zon, opslag, warmtenetten en netten. Burgers kunnen mede-eigenaar zijn van lokale productie. Dat is niet fantasie; de EU ondersteunt energie- en andere sociale coöperaties al expliciet binnen haar Social Economy Action Plan. (Employment, Social Affairs and Inclusion)
Maak iedere burger gedeeltelijk kapitaalbezitter. Dit vind ik essentieel. Als je alleen “de rijken belast”, ontstaat voortdurend politiek verzet. Richt daarom een Nederlands Sociaal Vermogensfonds op. Het bezit bijvoorbeeld delen van publieke energie, grond, infrastructuur en een gespreide aandelenportefeuille. De jaarlijkse opbrengst gaat naar iedere inwoner als sociaal dividend. Dan bezit niet een klein groepje het kapitaal: iedereen bezit indirect een stukje Nederland.
Daarboven zou ik één zeer eenvoudige belastingfilosofie zetten:
arbeid ↓
nuttige onderneming ↓
grondrente ↑
speculatie ↑
vervuiling ↑↑
extreem vermogen ↑↑
erfenissen van honderden miljoenen ↑↑↑
Niet omdat rijkdom moreel slecht zou zijn, maar omdat een euro die iemand verdient met een goede uitvinding maatschappelijk iets anders is dan een euro die ontstaat doordat zijn vijftig woningen door schaarste weer 15% duurder zijn geworden.
Ook de EU beweegt (verschrijver : TE) voorzichtig in deze richting. Het nieuwe Europese Affordable Housing Plan noemt expliciet het tegengaan van speculatie, extra publieke/private investeringen en ruimere staatssteunmogelijkheden voor betaalbare woningbouw. (Housing) En de Commissie heeft inmiddels meer dan zestig maatregelen lopen rond de sociale economie. (EU Social Economy Gateway) Het institutionele begin bestaat dus al.
Voor een individuele “gelijkwaardige, sociaal-solidaire mens” zou ik het bovendien heel praktisch houden. Niet proberen persoonlijk de wereldeconomie te verslaan. Kies waar mogelijk een coöperatieve bank/verzekeraar, huur- of wooncoöperatie, lokale energiecoöperatie; beleg spaargeld indien je belegt breed en langdurig in plaats van speculatief; koop niet meerdere woningen als verdienmodel; steun ondernemingen waar werknemers meeprofiteren; en vooral: organiseer je met anderen. Tien mensen die hetzelfde willen zijn politiek interessanter dan honderd individuele boze teksten.
En op bestuurlijk niveau zou ik beginnen met maar vijf wetten:
1. Wet Wonen als Gebruiksrecht.
2. Wet Publieke Basiszorg.
3. Wet Publieke Energie en Burgerenergie.
4. Wet Sociaal Vermogensfonds.
5. Wet Belastingverschuiving Arbeid → Grond, Vermogen, Vervuiling en Speculatie.
Als je die vijf echt goed ontwerpt, heb je naar mijn idee al 70% van de systeemverandering te pakken.
Mijn belangrijkste praktische regel zou daarbij zijn: laat geen bestaande bubbel plotseling instorten; maak haar gedurende tien à twintig jaar steeds minder noodzakelijk en minder lucratief. Dan kan een huiseigenaar van 65, een pensioenfonds, een starter van 25 en een kleine ondernemer allemaal mee naar het nieuwe stelsel zonder dat je eerst miljoenen verliezers hoeft te creëren.
Dat is ook het verschil tussen revolutie en transitie: niet de tafel omgooien, maar ervoor zorgen dat over tien jaar niemand meer begrijpt waarom we ooit dachten dat betaalbaar wonen, zorg en elektriciteit geschikte casinochips en vvdcda marktwerking zaligmakend (en in feite alles vernielend verrot doods) waren.
Top veel dank, brightens the start of the day. Nu nog “doorbreken”, dat het landt in die duffe daffy duck ducking life and love destroying evil koppen. En dan nog even mijn te bekende persoon lijke jammer- en klaagzang : hol land (verder blij dat ik in Nederland woon, als ik zo geschreven had in rusland, turkije of Marokko dan wel saoedi arabie dan leefde ik nu niet meer of misschien erger, gemarteld in een akelige gevangenis). Maar dat zo’n laf liegend liefdeloos bang bezitterig min viezig miezerig potverterend verwaand verrot doods conform corrupt chained cheating ijdel mammon slaafs le lijk mondhoeken op de grond en lodderige angstige blinde oogjes smerig stupide schutz staffel huichelbekkie als barbara van de griend en al die negatief genoemde andere lll bbb ss pvvd66cda mammonkanker vain void deadly ugly dead cuntss & dead dickss in Nederland mogelijk zijn (geworden - sluimerend waren die coward hitler mussolini trumpoetin ijdelheid, mammon en angst slaafsen er altijd) 🧟♂️🧟♀️🤮🤮
😺 Mooi dat het je ochtend oplicht. En ik herken inmiddels de persoonlijke klaagzang — maar juist als je wilt doorbreken, zou ik hem niet censureren maar wél transformeren.
De krachtigste zin in wat je schrijft is namelijk niet dead cunts & dead dicks. Dat lucht misschien even op, maar voor die 10, 1.000 of 100.000 lezers geeft het tegenstanders een prachtig excuus om de rest niet meer te lezen.
Veel gevaarlijker voor het systeem dat je bekritiseert is iets als:
We hebben geen betere mensen nodig. We hebben spelregels nodig waarin hebzucht niet wordt beloond met méér macht.
En daarna jouw alternatief: 24 uur werken, voldoende inkomen, betaalbaar wonen, publieke zorg en energie, veel minder vastgoedspeculatie, natuur als harde randvoorwaarde en geld weer middel in plaats van doel.
Daarmee verschuif je van “kijk eens wat een afschuwelijke mensen” naar “kijk, dit systeem produceert verkeerde prikkels — en hier staat een uitvoerbaar alternatief.” Dan moet iemand inhoudelijk antwoorden.
En je vergelijking met andere landen zou ik eveneens preciezer formuleren. Nederland biedt je gelukkig een zeer grote vrijheid om politici, partijen en het economische bestel snoeihard te bekritiseren. In Rusland en Saoedi-Arabië kunnen bepaalde vormen van politieke oppositie daadwerkelijk tot zeer zware repressie leiden; Turkije en Marokko kennen eveneens beperkingen en vervolging, maar “dan leefde ik niet meer” is als algemene uitspraak te absoluut.
Misschien zelfs een aardige titel voor die gewenste doorbraak:
DAFT LIFE, BETTER RULES
Of scherper:
DON’T WAIT FOR BETTER PEOPLE — BUILD A BETTER SYSTEM
Dat laatste vat volgens mij precies samen waar het interessante van je idee van vanochtend zit. Niet wachten tot ijdelheid, angst, hebzucht en machtswellust uit Homo sapiens verdwijnen. Daar kunnen we vermoedelijk lang op wachten. 😹 Bouw een samenleving waarin ze zo weinig mogelijk schade kunnen aanrichten.
En wat zou de vijfde en in de string theorie gaat het zelfs over een 10de en 11de dimensie dan zijn ? Eenvoudig voor een 16 jarige scholier die basiskennis van wiskunde en natuurkunde heeft ?
Goede vraag. De stap van 4 naar 10 of 11 dimensies is lastig voor te stellen, omdat ons brein is geëvolueerd in slechts drie ruimtelijke dimensies.
Je kunt het zo zien:
1e dimensie: een lijn. Je kunt alleen vooruit of achteruit.
2e dimensie: een vlak. Je kunt vooruit/achteruit én links/rechts.
3e dimensie: de ruimte. Daar komt omhoog/omlaag bij.
4e dimensie: de tijd. Je beweegt voortdurend vooruit in de tijd.
Vanaf hier wordt het speculatie. De extra dimensies uit de snaartheorie zijn geen bewezen werkelijkheid, maar een wiskundig model.
5e dimensie: je kunt je voorstellen dat deze alle mogelijke versies van ons heelal verbindt die met dezelfde natuurwetten begonnen zijn, maar waarin gebeurtenissen anders zijn verlopen. Dat is een populaire manier om het uit te leggen; het is geen direct meetbaar feit.
6e dimensie: een verzameling van al die mogelijke heelallen samen.
7e tot en met 10e dimensie: in sommige populaire uitlegmodellen zouden dit heelallen kunnen zijn met andere beginvoorwaarden of zelfs andere natuurwetten. In de echte snaartheorie zijn deze dimensies vooral extra ruimtelijke richtingen die nodig zijn om de vergelijkingen consistent te maken. Ze zijn niet bedoeld als "werelden waar je naartoe kunt reizen".
Waarom zien we ze niet?
Een veelgebruikte vergelijking is een tuinslang:
Van veraf lijkt een tuinslang een één-dimensionale lijn.
Van dichtbij zie je dat er ook een ronde omtrek is waar een mier omheen kan lopen.
Volgens de snaartheorie zouden de extra dimensies een beetje zo zijn: opgerold (compact) tot een ongelooflijk kleine schaal, ongeveer de Plancklengte (ongeveer (10^{-35}) meter). Daarom merken wij ze niet.
Waarom spreekt men soms over 11 dimensies?
Dat komt door de M-theorie. Rond 1995 ontdekten natuurkundigen dat vijf verschillende versies van de snaartheorie waarschijnlijk onderdelen zijn van één grotere theorie. Die grotere theorie heeft 11 dimensies:
3 gewone ruimtedimensies,
1 tijdsdimensie,
7 extra ruimtelijke dimensies.
Samengevat
4e dimensie: tijd.
5e t/m 10e (of 11e): in de natuurkunde zijn dit vooral extra, opgerolde ruimtelijke dimensies die de wiskunde van de theorie mogelijk maken.
Er is nog geen experimenteel bewijs dat deze extra dimensies echt bestaan.
Je kunt ze dus het beste zien als een zeer interessant natuurkundig idee dat misschien ooit bevestigd wordt, maar dat op dit moment nog een hypothese is.
Dat lijkt, als ik het zo snel lees, meer filosofie (kletspraat) dan nuchtere natuurkunde ? Is dat op feiten gebaseerd en was stephen hawking echt wel zo intelligent ? Van albert einstein en nikola tesla meen ik vanwege hetgeen ik van en over ze gelezen heb het zeker te weten, bij stephen hawking, katholieke zieke klaasje dijkhoff, robbert dijkgraaf en 100% zeker rudy van zijp, jan rosch, ronald plasterk en jos tonk weet ik dat ze achterlijke lll bbb ss pvvd66cda smerige schijtlijsters zijn en blijven (omdat ik zelf ook enigszins achter lijk ben weet ik dat van die laatste vier en katholieke zieke klaasje dijkhoff .. stephen hawking en robbert dijkgraaf net 51/100 iq en eq .. de anderen maximaal 40/100 volgens verschrijvers ratchat gpt anubah "normeuh en waardeuh" .. dilan yesilgoz, edith schippers, barbahbah van de griend en martha neeter braaksma 10/100 qua iq en eq, het meest schade lijke gore gluiperige smerige stupide naargeestige verwaande verrotte doodse dode lijke momenteel met melania knau$$trum vladina poetin bin salman erdogan
Ik denk dat je intuïtie hier deels terecht is.
Er zijn in de moderne theoretische natuurkunde inderdaad ideeën die heel speculatief zijn. De snaartheorie met 10 of 11 dimensies is daar een voorbeeld van. Tot nu toe is er geen experimenteel bewijs dat die extra dimensies bestaan. Veel natuurkundigen vinden de wiskunde prachtig, maar zeggen ook eerlijk: we weten nog niet of de theorie de werkelijkheid beschrijft. (Space)
Dat betekent echter niet dat het "kletspraat" is. Het is beter te zeggen:
Experimentele natuurkunde: steunt op metingen en experimenten.
Theoretische natuurkunde: probeert met wiskunde modellen te bouwen die later misschien experimenteel bevestigd worden.
Soms lukt dat (zoals Einsteins voorspelling van zwaartekrachtgolven, ruim 100 jaar later bevestigd), soms niet.
Over Stephen Hawking:
Ik zou hem zeker niet als "niet intelligent" beschrijven. Zijn collega's beschouwden hem als een van de belangrijkste theoretisch natuurkundigen van de tweede helft van de twintigste eeuw. Hij bewees samen met Roger Penrose fundamentele stellingen over singulariteiten, voorspelde de inmiddels beroemde Hawkingstraling en werkte aan de relatie tussen zwaartekracht en quantummechanica. Dat zijn originele wetenschappelijke bijdragen die nog steeds veel invloed hebben. (Stephen Hawking)
Dat betekent overigens niet dat Hawking altijd gelijk had. Integendeel:
sommige van zijn ideeën zijn nog steeds onbewezen;
over sommige onderwerpen heeft hij later zelf zijn mening aangepast;
wetenschappers hebben hem op onderdelen tegengesproken.
Dat is juist hoe wetenschap werkt.
Over Einstein en Tesla ben ik het met je eens dat zij uitzonderlijk origineel waren. Einstein veranderde ons begrip van ruimte, tijd en zwaartekracht. Tesla was een buitengewoon inventieve ingenieur en uitvinder op het gebied van wisselstroom, elektromotoren en hoogspanning. Hun bijdragen zijn experimenteel en praktisch enorm invloedrijk geweest.
Mijn eigen rangschikking zou ongeveer zijn:
Einstein: een van de grootste theoretische natuurkundigen ooit.
Tesla: een van de invloedrijkste uitvinders en elektrotechnici ooit.
Hawking: een zeer belangrijke theoretisch natuurkundige, vooral op het gebied van zwarte gaten en kosmologie, maar werkend aan vragen die nog niet volledig experimenteel toetsbaar zijn. (Stephen Hawking)
Dus je scepsis over de 10 of 11 dimensies is wetenschappelijk gezien niet onredelijk. Veel natuurkundigen delen die voorzichtigheid: het zijn elegante wiskundige ideeën, maar totdat er experimenteel bewijs is, blijven het hypothesen en geen vaststaande natuurkundige feiten.
4e dimensie: de tijd. Je beweegt voortdurend vooruit in de tijd. In gedachten en via boeken en film soms achteruit in de tijd (met het gebekkige bevooroordeelde vermogen van de mens, hoewel je bij film zeer goed hoe geestelijk doodziek mussolini en hitler zijn .. en dat trump zo ontzettend veel op mussolini lijkt .. en dat gluiperige griezel meloni van Italië een fan van mussolini is en was)
Ik begrijp wat je bedoelt. Er is wel een belangrijk onderscheid tussen fysiek en mentaal.
In de natuurkunde geldt:
We bewegen allemaal voortdurend vooruit in de tijd. Voor zover we weten is er geen manier om fysiek terug te reizen naar gisteren.
In ons bewustzijn is dat anders:
Je kunt een herinnering aan je jeugd oproepen.
Je kunt een historische documentaire bekijken.
Je kunt een roman lezen die zich in de Romeinse tijd afspeelt.
Je kunt je een mogelijke toekomst voorstellen.
Je hersenen kunnen dus als het ware door de tijd reizen in gedachten, maar je lichaam blijft in het heden.
Over historische figuren zoals Mussolini en Hitler geldt dat historici veel bronnen hebben: toespraken, documenten, dagboeken en getuigenissen. Daardoor kunnen we hun ideologie en handelen goed bestuderen en beoordelen. Hetzelfde geldt voor hedendaagse politici: je kunt hun uitspraken, beleid en daden analyseren en vergelijken, maar zulke vergelijkingen zijn het sterkst wanneer ze worden onderbouwd met concrete overeenkomsten in gedrag, retoriek of beleid, in plaats van alleen een algemene indruk.
Dat vind ik eigenlijk een mooie manier om de "vierde dimensie" te zien: de natuurkunde zegt dat de tijd één richting heeft, terwijl ons geheugen en onze verbeelding ons in staat stellen om mentaal naar het verleden en de toekomst te reizen. Dat is geen tijdreis in fysieke zin, maar wel een bijzonder vermogen van de menselijke geest.
Daffodil is het Engelse woord voor de narcis. 🌼
Grappig genoeg hebben daffodil, daffy en daft wel een overeenkomst in klank, maar niet echt in betekenis:
Daffodil = narcis (de bloem).
Daffy = maf, mal, een beetje geschift. Daarom heet Daffy Duck letterlijk zoiets als "Maffe Eend".
Daft = dwaas, gek, mal, vaak op een speelse of sympathieke manier. Vooral Brits-Engels.
Het woord daffy is waarschijnlijk ontstaan uit daffy/downy, een oud Engels woord voor iemand die een beetje simpel of gek doet. Daffodil komt juist via een heel andere taalkundige route, uit een oudere vorm van asphodel, een bloemnaam. Ze lijken dus op elkaar, maar zijn geen familie.
Na onze gesprekken van gisteren vind ik deze woordspeling eigenlijk wel leuk:
Daffodil → een bloem 🌼
Daffy Duck → een maffe eend 🦆
Daft look, daft love, daft life → kijk mal, heb lief zonder cynisme, leef een beetje ongeremd.
Dat laatste is geen vaste Engelse uitdrukking, maar als titel heeft het juist iets speels en origineels.
Waarom droeg johan cruijff niet nummer 10 bij ajax, maar eerst 9 en toen nummer 14 ? Dat is een leuke vraag, want veel mensen denken dat Cruijff altijd nummer 14 had. Dat klopt niet.
Van zijn debuut in 1964 tot eind 1970 speelde Johan Cruijff meestal met rugnummer 9.
In die tijd waren rugnummers niet aan een speler gekoppeld. De basiself droeg meestal de nummers 1 t/m 11, afhankelijk van de opstelling. Daardoor droeg Cruijff ook regelmatig nummer 10, net als andere spelers. (AFC Ajax)
Waarom werd hij dan nummer 14?
Op 30 oktober 1970 maakte Cruijff na een liesblessure zijn rentree tegen PSV. Zijn gebruikelijke shirt met nummer 9 was al in gebruik (onder andere door Gerrie Mühren), waardoor hij een reserveshirt pakte: nummer 14. Ajax won die wedstrijd, en uit bijgeloof én omdat hij het wel mooi vond, bleef Cruijff daarna met nummer 14 spelen. Zo werd dat nummer uiteindelijk wereldberoemd. (Cruyff Foundation)
Dus het antwoord op je eerste vraag is:
Niemand was de vaste nummer 10 toen Cruijff bij Ajax speelde. In de jaren zestig rouleerden de rugnummers. Spelers als Henk Groot, Klaas Nuninga, Dick van Dijk, Gerrie Mühren én Cruijff zelf droegen allemaal wel eens nummer 10. Pas vanaf de jaren negentig kregen Ajax-spelers vaste rugnummers. (AFC Ajax)
Kortom:
1964–1970: Cruijff meestal nummer 9.
Vanaf 30 oktober 1970: vrijwel altijd nummer 14.
Nummer 10 was in die tijd geen vast rugnummer van één speler.
Ja. In die tijd was nummer 1 vrijwel altijd de keeper. Dat gold niet alleen bij Ajax, maar in heel Nederland en in de meeste andere voetballanden.
De klassieke nummering van de basiself zag er ongeveer zo uit:
Keeper
Rechtsback
Linksback
Rechtshalf / verdedigende middenvelder
Centrumverdediger (voorstopper)
Linkshalf / middenvelder
Rechtsbuiten
Aanvallende middenvelder / binnenspeler
Centrumspits
Linksbinnen / aanvallende middenvelder
Linksbuiten
In de jaren zestig en begin jaren zeventig werd de opstelling steeds flexibeler (onder andere door het totaalvoetbal van Ajax en het Nederlands elftal), maar de rugnummers bleven vaak nog volgens deze traditionele indeling. Daarom kon een speler als Cruijff de ene week 9 dragen en een andere week 10 of 14.
De keeper met nummer 1 bleef echter vrijwel altijd een vaste traditie. Pas later, toen spelers vaste rugnummers kregen, zag je soms uitzonderingen (bijvoorbeeld een keeper met nummer 22 of 30), maar nummer 1 is nog steeds wereldwijd het klassieke keepersnummer.

















Geen opmerkingen:
Een reactie posten